Nieuw boek Jan de Bie- postuum

Jan de Bie (1946-2021) was een veelzijdig kunstenaar die in zijn beeldende werk een wereld schiep waarin James Joyce, de bibliotheek van Troyes, Elvis Presley, de polder Dooibroek bij Den Bosch en schuinsmarcheerder Jacob Campo Weijerman allemaal een eigen plek kregen.


Al naar gelang zijn stemming pakte De Bie een thema bij de kop en maakte hij een schilderij, een tekening, een houtsnede, een prent of een meervoud daarvan. Zelden sloot hij een onderwerp af. Steeds keerde hij terug naar de hem vertrouwde thematiek van duivenhokken, landschappen en bibliotheken.


In 1973 studeerde De Bie af aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch met ruimtelijk werk op papier en schilderijen geïnspireerd door de natuur in de polder Dooibroek onder Den Bosch. Langzaam kwamen er steeds meer onderwerpen bij. Hij liet zich leiden door zijn intuïtie en door wat hij toevallig tegenkwam. Een fietstocht in Frankrijk was de start voor het Troyes-project. In Troyes zag hij een prachtige bibliotheek die wegens vakantie gesloten was. De foto die hij door de ramen nam mislukte jammerlijk, maar vanuit zijn herinnering werden de volgestouwde boekenkasten een bron van inspiratie. Het leverde een groot aantal houtsneden op, volgetast met summier aangegeven boeken.


Zijn liefde voor duiven leidde tot een reeks werken waarin De Bie zijn werk liet zien in eigenhandig in elkaar getimmerde hokken. Het voerde hem ook naar De Asgrauwe, een encyclopedisch vormgegeven boek met teksten van de filosoof Harry van Boxtel en tekeningen van De Bie over een fictieve duivensportvereniging.
Zijn werk werd breed gewaardeerd. Hij had overzichtsexposities in Venlo en Breda, Het Noordbrabants Museum, waar hij ook een muurschildering maakte, kocht honderden tekeningen, schilderijen en houtsneden van hem aan.


Wat nog ontbreekt is een publicatie die recht doet aan de enorme veelzijdigheid van zijn oeuvre. Een omvangrijk door Bart Smit vormgegeven boek moet dat gemis opvullen. Het bevat een bundeling van verhalen van verschillende kenners van het werk en de persoon Jan de Bie die in zullen gaan op zijn voorliefde voor muziek, zijn rol en betekenis als docent en inspirator, het belang van zijn werk en de teksten die hij schreef. Essays die ook een antwoord geven op de vraag waar De Bie’s drang om alles aan elkaar te knopen vandaan kwam en ingaan op zijn fascinatie voor de duivensport en de natuur in Dooibroek.